Binnen de projectgroep ACP van het thema Integrale Ouderenzorg wordt hard gewerkt aan een e-learning over Advance Care Planning. Huisarts Peter van Vijven legt uit wat Advance Care Planning precies is en waarom het zo belangrijk is: “Door ACP-gesprekken krijgt de patiënt de zorg die hij wil.”

Peter van Vijven: “Advance Care Planning (ACP) is een terugkerend gesprek met patiënten of cliënten over hun wensen rondom het leven en hoe eventuele zorg daar het beste op kan aansluiten (levenswensen) en hun levenseinde. Zodat je weet hoe die patiënt in het leven staat, wat hij belangrijk vindt en zijn levenswensen zijn, wat voor soort zorg hij wenst als hij kwetsbaar is of gezondheidsproblemen heeft en hoe hij tegen zijn levenseinde aankijkt.

Huisartsen en andere zorgprofessionals voeren deze gesprekken, zogenaamde ACP-gesprekken, met meerdere categorieën mensen. Zo zijn er gezonde mensen die hun wensen nu al willen vastleggen omdat ze bij familie of vrienden nare dingen hebben gezien die zij bij zichzelf willen voorkomen. Maar de grootste groep, de doelgroep van dit project, bestaat uit mensen die al kwetsbaar zijn en waarvan je verwacht dat ze binnen een jaar overlijden. Door ACP-gesprekken denken patiënten na over hun wensen, wat ervoor zorgt dat de patiënt de zorg krijgt die hij wil. Het is niet altijd te voorzien dat iemands gezondheid opeens verslechtert. Met deze gesprekken voorkom je dat je onder tijdsdruk moet beslissen. Dat is fijn want onder druk beslissen is veel lastiger, zowel voor de patiënt, de familie als de hulpverleners.

Ruimte voor verbetering

Veel huisartsen en waarschijnlijk ook al veel verpleegkundigen voeren ACP-gesprekken. Maar nog lang niet met alle patiënten bij wie dit goed zou zijn. Er zijn allerlei drempels: gebrek aan scholing, onduidelijkheid over hoe je de uitkomsten van de gesprekken vastlegt maar ook tijdgebrek of weerstand bij de patiënt. Daarnaast is gebrek aan inzicht voor de tweedelijnszorg een aandachtspunt. ACP-gesprekken worden nu door de eerste lijn vastgelegd in de eigen systemen. Ziekenhuispersoneel weet meestal niet met wie al zo’n gesprek is gevoerd en wat de uitkomsten daarvan zijn. Dat moet beter, zodat mensen niet meerdere malen hun verhaal hoeven doen en de zorg krijgen die ze willen. Er is echt een verbeterslag te behalen in hoe we ACP-gesprekken voeren en hoe we de wensen met elkaar delen.

Binnen het project ACP houden we ons om die reden bezig met twee dingen: goede scholing en het vastleggen en uitwisselen van de wensen van patiënten. Goede scholing is belangrijk zodat we alerter zijn en weten hoe en wanneer we ACP-gesprekken moeten voeren. Daarom ontwikkelen we als eerste belangrijke stap een e-learning. Daarnaast werkt de werkgroep digitalisering aan een uniform systeem, waardoor zoveel mogelijk zorgprofessionals in verpleeghuizen, huisartsenposten, ziekenhuizen en ambulances inzicht hebben in de behandelwensen en -grenzen van patiënten. Tot dat systeem klaar is, maken we regionale afspraken maken over wat je meestuurt over de wensen bij doorverwijzing naar bijvoorbeeld een specialist of dat je de informatie standaard deelt met verpleegkundigen tijdens een MDO.

E-learning

De groep hulpverleners die te maken hebben met ACP is breed. Het gaat bijvoorbeeld om huisartsen, verpleeghuisartsen, specialisten ouderenzorg, wijkverpleegkundigen, casemanagers dementie en praktijkondersteuners van huisartsen. Maar ook helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen die vaak een signalerende functie hebben. Zij zien dat iemand achteruitgaat en vangen in gesprekken signalen op. Wanneer zij deze signalen doorgeven aan bijvoorbeeld de (huis)arts, pakt de huisarts het proces van ACP verder op en bespreekt de concrete wensen met de patiënt. In de e-learning wordt beschreven wie welke rol en verantwoordelijkheid heeft in dit proces. Hoe dat praktisch in z’n werk gaat is afhankelijk van je eigen werksetting. Ook leer je in de e-learning bepaalde vragen waarmee je een ACP-gesprek opent of mensen stimuleert om over hun wensen na te denken. De e-learning is eind oktober klaar en begin 2023 starten we met de implementatie.”